Je moet karbonades hebben, liefste uit de nek, anders schouder.
Als je het kunt krijgen: procureurlappen of een stuk procureur. Dat is in principe de schouder/nekkarbonade maar dan zonder bot.
Die kruid je een paar uur (of een dag) van tevoren, daarna in een koekenpan met een vrij diepe laag olie (het moet olie zijn, het liefste rijstolie) aan twee kanten bakken, de hele lap dus. Als de lappen mooi bruin zijn hebben ze ook dat krokante laagje. Dan een minuutje laten rusten en dan in reepjes snijden en de saus er over gieten.